Koffie en gezondheid
Een elixir boordevol smaak
Dat koffie goed voor ze is hebben mensen altijd al geweten. Tot en met de achttiende eeuw werd het zelfs als geneesmiddel voorgeschreven en verkocht in de apotheek.
In de laatste twee eeuwen zijn er weinig substanties geweest die vanuit klinisch oogpunt zo intens bestudeerd zijn als koffie. En terwijl geen enkele studie bewezen heeft dat koffie slecht is, hebben vele onderzoeken daarentegen de gunstige effecten van koffie en van diens actieve hoofdbestanddeel cafeïne aangetoond.
Natuurlijk dient men de juiste hoeveelheden koffie te consumeren. Deze hoeveelheden variëren al naargelang de melange, het type bereiding en vooral de gewoonten, het metabolisme en de staat van gezondheid van een ieder.
Cafeïne stimuleert het zenuwstelsel, houdt de aandacht scherp en zorgt voor een goed humeur. Het helpt de ademhaling en de spijsvertering, zwakt het hongergevoel af en is dus een goede hulp bij diëten. Vaak is het een uitstekend middel tegen hoofdpijn en versterkt het de werking van pijnstillers.
De meest recente studies hebben ook enkele oude fabeltjes de wereld uit geholpen: bij verstandige hoeveelheden verstoort koffie de nachtrust helemaal niet en is het niet slecht voor het hart. Sterker nog, het heeft een preventieve werking met betrekking tot enkele ziekten zoals levercirrose en ziekte van Parkinson. Bovendien bevat koffie anti-oxiderende stoffen die bijdragen aan het elimineren van vrije radicalen.
Als het dus om koffie gaat, gaan smaak en gezondheid hand in hand. En nog meer als het om espressokoffie gaat: dit is inderdaad de koffiebereiding die de meeste smaak met het laagste cafeïnegehalte biedt. Wat de melanges betreft hebben de 100% zuivere Arabica melanges een medium cafeïnegehalte, rond 1,3%, ten overstaan van bijna het dubbele van de Robusta melanges.
