COFFEA ARABICA, DE OORSPRONG VAN HET BESTE

Arabica

Er bestaan verschillende soorten Coffea, ofwel koffieplanten, altijdgroene struiken die behoren tot de botanische familie van de Rubiaceeën. Arabica is de kostbaarste kwaliteit en vertegenwoordigt 59 procent van de koffieproductie ter wereld. Arabica is afkomstig uit de bergachtige streken in Ethiopië, en gevoelig voor warmte en vocht. Deze koffieplant groeit op meer dan 900 meter hoogte, soms zelfs op 2000-2500 meter hoogte. Hierbij geldt: hoe hoger, hoe beter de organoleptische kwaliteit van de gebrande koffieboon.

De bloemen en vruchten

Omdat de Coffea in tropische en equatoriale streken groeit waar het altijd voorjaar of zomer is, is het niet de klimaatverandering, maar het begin van de regen die het startsein geeft voor de witte en geurige bloesem. Acht tot negen maanden later verschijnen de (steen)vruchten: helderrood en vlezig als kersen. Bij elke regen begint een bloei. Daardoor bevinden zich op de plant tegelijkertijd bloemen, onrijpe en rijpe vruchten: dit vraagt grote nauwkeurigheid bij het oogsten.

Een koffieboon

Een koffieboon is niets anders dan het zaad van de koffieplant en bevindt zich in de vrucht. De vrucht bevat twee zaden die zijn omhuld door een vlies (hoornschil) en plantenslijm of een laag suikerpulp. De Arabica koffieboon is plat en langwerpig met een kronkelige gleuf. Genetisch is de Arabica de enige soort Coffeau met 44 chromosomen. Scheikundig gezien varieert het cafeïnegehalte van 0,9 tot 1,7 procent.

De kenmerken in het kopje

Arabica koffiebonen zorgen voor zeer geurige, zachte, ronde, lichtzure en vaak chocoladeachtige espresso met een nasmaak van karamel en een aangenaam tikkeltje bitterheid.
De crèmelaag is licht nootkleurig en neigt naar roodbruin.